duckweaver

Denk campagne, niet scherm

Narrowcasting voor marketeers.

Breng je voorstellingen, campagnes en evenementen bij het publiek dat ertoe doet. Je plant zoals marketing al denkt: wat je vertelt, wanneer het loopt en wie het ziet. Welke schermen dat zijn, regelt Duckweaver.

Hoe je plant

Je denkt in voorstellingen en campagnes. Duckweaver ook.

Je plant geen playlists per scherm. Je vertelt wat je wilt zeggen, wanneer, en aan wie. Wat elk scherm op elk moment toont, rekent Duckweaver zelf uit.

Een gewoon narrowcastingpakket vraagt

  • Welk scherm?
  • Welke playlist?
  • Welk tijdslot?
  • Wie haalt de poster eraf na de laatste speeldag?

Duckweaver vraagt

  • WatEen voorstelling, een uiting of een serie.
  • WanneerDe speelperiode, of de avond van het evenement.
  • WieVoorbijgangers buiten, of je bezoekers in de foyer.

Na de laatste speeldag verdwijnt een voorstelling vanzelf. Niemand hoeft erachteraan.

De begrippen

Zes woorden, en je kunt plannen.

Dit zijn de woorden die je in Duckweaver tegenkomt. Meer heb je voor het dagelijkse werk niet nodig.

Wat · wanneer

Voorstelling

Iets dat speelt, met een eigen speelperiode. Na de laatste dag verdwijnt hij vanzelf van de schermen.

Wat

Uiting

Een poster of boodschap zonder eigen periode, zoals een campagne. Hij loopt mee met het evenement of het publiek waarvoor je hem maakt.

Wat

Serie

Tien voorstellingen van één festival, zonder dat het festival alles overneemt. Er zijn er maar een paar tegelijk te zien; de rest komt om de beurt.

Wie

Zone

Het publiek op één plek: voorbijgangers buiten, bezoekers in de foyer. Wat je bij een zone zet, zien zij, op al hun schermen om de beurt.

Wanneer

Evenement

Een avond met een eigen publiek, zoals een gala. Met een begin en een eind; daarna is alles weer gewoon.

Nu

Nu tonen

Een boodschap die nú moet: zaal gewijzigd, kassa dicht. Hij gaat boven alles, en jij zet hem aan en weer uit.

Wat gaat voor

Eén regel bepaalt wat je publiek ziet.

Duckweaver kijkt van boven naar beneden. De hoogste laag die iets heeft, wint. Zo weet je altijd waarom je publiek ziet wat het ziet.

  1. Nu tonenJij zet het aan, jij zet het uit.
  2. EvenementGepland, met een begin en een eind.
  3. RotatieAlles wat je voor dit publiek klaarzette, om de beurt.
  4. FallbackAls er niets gepland is: zwart, je logo of een uiting. Ook bij een storing.

Wat vanzelf gaat

Wat je niet meer hoeft te doen.

De agenda overtikken

De agenda komt elk uur vanzelf binnen. Speelt er iets dat nog geen beeld heeft, dan zie je dat meteen.

Posters eraf halen

Een voorstelling kent zijn speelperiode. Na de laatste dag gaat hij vanzelf van de schermen.

Langs alle schermen lopen

De Muur toont wat je publiek nu ziet, op elke plek tegelijk, zoals de spelers het zelf melden.

Elke video afspelen

Het contactblad toont vijf stills per video, en of hij naadloos rondloopt.

Voor wie het installeert

Eén keer ingericht. Daarna is het van marketing.

Spelers koppelen, de vorm van elk scherm vastleggen (staand, liggend of een ledstrip), sjablonen en databronnen: dat doet een beheerder één keer, samen met ons.

Wie het tot op de minuut wil zien, heeft de Planner: de tijdlijn per scherm. Voor het dagelijkse werk is die niet nodig.

Plan voor je publiek. De schermen volgen.

Inloggen info@brainscientist.ai